Royal de Luxe

Oke, ik wilde dus al een tijdje naar ‘Escher op Reis‘ in het Fries museum. Afgelopen week was ik nog aan het kijken voor een AirBnB in Leeuwarden om aansluitend door te gaan naar Harlingen om de boot naar Vlieland te pakken voor ‘Into the great wide open’.

Maar ja, toen las ik dus ineens dat het Franse mechanische straattheater-gezelschap ‘Royal de Luxe‘ drie dagen naar Leeuwarden zou komen. Megadruk zou het worden maar ondanks die voorspelde drukte was me het wel een gokje waard. Sinds 1979 maakt Royal de Luxe imposant straattheater, waarbij spektakelmachines op onverwachte plekken opduiken, en de hele stad wordt betrokken in een verhaal. In Leewarden doken er drie karakters op.

Eerder was ik in Nantes – toevallig of niet ook de geboortestad van een andere visionaire dromer, Jules Verne. Aan de oever van de Loire word er door Royal de Luxe in enorme hangars gewerkt aan nieuwe projecten. Maar er zijn er meer in Nantes die dat doen, kijk hier maar eens. Helaas heb ik toen geen van de spektakels in beweging gezien. Ik zou zo graag die mega olifant eens in het echt door een stad zien trekken.

Ik dwaal af, terug naar Leeuwarden. Omdat de Escher tentoonstelling ook mateloos populair is, het museum was zelfs al diverse keren uitverkocht, moest ik eerst even kijken of ik nog wel kaarten kon bestellen zodat ik beide kon combineren. Het Fries Museum werkt inmiddels aan de hand van een tijdslot-systeem en op dagen zoals deze zal het wel helemaal storm lopen. Maar ik had weer mazzel. Jeej.

Eenmaal aangekomen in Leeuwarden liep ik direct richting het Fries Museum, die nacht tevens de slaapplek van de grootste ‘reus’, de duiker. Hij sliep nog. Ik kon zijn gesnurk al van ver horen. Winden laten de reuzen ook trouwens. En dat is precies het ding — menselijkheid. Terwijl alles mechanisch is, aangedreven door mensen met een beetje hulp van omgebouwde oude grijpers en hijskranen, voelt het alsof de reuzen een ziel hebben. 

Eenmaal synchroon bediend door een team van zo’n 30 man per spektakel is het bijna onwerkelijk hoe de mimiek van de personages je betoverd. Terwijl een heftruck de duiker zijn duikhelm aanreikt, dalen enkele leden van het gezelschap vanuit de giek van de kraan op hem neer. Terwijl ze assisteren en met grote steeksleutels de helm vastzetten, draait hij zijn hoofd in de duikerhelm en kijkt hij hen aan.

Het is die mimiek die het zo magisch maakt. Ik kom de reus na mijn bezoek aan het Fries museum nogmaals tegen in de stad. Net voor zijn welverdiende pauze. Vooral de mannen die zijn voeten en knieën aandrijven zijn op. Ze pakken telkens op een behoorlijke hoogte de touwen vast en met acrobatische sprongen dalen ze neer terwijl ze tegelijkertijd de knieën optrekken. Stap voor stap en met twee kilometer per uur beweegt de duiker door de stad.

Bezweet zijn de touwtrekkers. Na de sprong gaat het in een drafje naar de achterkant van de installatie om via trappen en stijgers weer naar het afspringpunt te geraken. Maar het Friese publiek is vrolijk en los en juicht het theatergezelschap enthousiast toe.

Met de juiste muziek werk zo’n voorstelling nog beter. En man!, wat is de band die vanaf een open vrachtwagen de duiker begeleid té gek zeg! De rockband Les Balayeurs du Désert (ook uit Nantes) maakt het af met keihard uit de speakers schalmende funky muziek.

De andere reuzen heb ik helaas maar kort gezien. uiteindelijk was het toch te druk om je normaal te verplaatsen. Maar de bedenker Jean-Luc Courcoult (63), oprichter en creatief brein van het Franse gezelschap, verdient het. Wat een reuze spektakel was het!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *